Onderhoud Natuurgras

Onderhoud

 

Een goed onderhoud kan de volgende activiteiten omvatten:

*              Maaifrezen
*              Rycycliçngdressen
*              Gras maaien en oprapen
*              Onkruidbestrijding met middel
*              Verticuteren / vegen
*              Diepwoelen
*              Herstellen speelschade
*              Bezanden (uitstrooien zand)
*              Beluchten, 20 - 50 cm diep
*              Inslepen van zand
*              Nivelleren
*              Inzaaien
*              Doorzaaien in bestaande grasmat, rijen 3,5 cm uit elkaar
*              Bemesten 
 
 
 
Om het maximale rendement uit deze werken te halen, adviseren wij u om rekening te houden met de volgende aandachtspunten.
 
Rustperiode
 
Na uitvoering van de regeneratiewerken dienen de terreinen volledig gebruiksvrij te blijven gedurende een periode van minstens 12 weken in geval van doorzaai en een volledig speelseizoen in geval van volledige nieuwe inzaai, de lengte van deze periode kan tevens beïnvloed worden door klimatologische omstandigheden tijdens deze periode, factoren in verband met bodemgesteldheid en eventuele andere onvoorziene omstandigheden.
 
Watervoorziening / beregening
 
Bij onvoldoende neerslag dient u te zorgen voor een goede beregening. Bij droogte dient de beregening plaats te vinden in een frequentie van circa 1 maal per week ongeveer 15-20 mm water. Dit is van toepassing voor terreinen met een voldoende diep doorwortelde grasmat. Indien de grasmat zeer oppervlakkig doorwortelt is, zal men in een overgangsfase wellicht in een hogere frequentie moeten beregenen, wellicht 2 of 3 keer per week met eventueel een kleiner debiet en dit naar verloop van tijd moeten afbouwen naar 1 maal per week. Indicatoren hierbij zijn af en toe eens met een spade in de grond kijken hoe diep de beworteling is en verder kijken naar wat het gras doet, pas water geven als het gras er om vraagt, dus niet te vroeg maar vooral ook niet te laat.
 
Maaiwerken
 
Een grasmat die op de juiste wijze wordt gemaaid, zal veel beter ontwikkelen en groeien als anders. Voor sportvelden is het ideaal om te maaien tot op circa 3 – 4 cm hoogte en bij circa 7 - 8 cm hoogte opnieuw te maaien. Hierdoor kan het gras goed uitstoelen en schept u één van de condities om een goede grasmat te ontwikkelen.
Het maaien van bestaand gras gebeurt het best met een kooimaaier maar jong / nieuw gras wordt eerst het best met een cirkelmaaier gemaaid, omdat een kooimaaier het jonge gras uit de grond zou kunnen trekken.
In de regel rapen kooimaaiers het afgemaaide gras niet op en daarom is het goed om een paar keer per jaar te verticuteren / vegen. Bij het verticuteren vegen worden grasresten opgeraapt, maar de bodem wordt ook zeer oppervlakkig belucht en bepaalde onkruidsoorten zijn niet opgewassen verticuteren en zullen afnemen.
 
Bemesting
 
Sommige besturen voorzien een complete bemesting bij het groot onderhoud, anderen een gedeeltelijke bemesting en weer anderen helemaal niets. In ieder geval de meeste sportvelden worden zwaar tot zeer zwaar belast, daarom is een goede bemesting over het gehele jaar verspreid broodnodig. Men kan werken met chemische meststoffen die de elementen gespreid afgeven waardoor 2 tot 3 bemestingsbeurten al kunnen volstaan.
Ook kan men werken met organische meststoffen die ook meestal de elementen gespreid afgeven, maar de meststoffen bevorderen het bodemleven en laten de organische stof in de toplaag toenemen.
Dit laatste kan goed zijn bij een schrale (zanderige) toplaag maar het organische stof gehalte kan ook te hoog worden waardoor de toplaag “vettig” wordt, slecht water doorlaat en glad wordt.
Het ideale organische stof gehalte voor sportvelden ligt tussen de 3 en 5 %. Tenslotte zijn er de traditionele chemisch meststof zoals die ook in de landbouw gebruikt worden. Voordeel hiervan is de grote beschikbaarheid, lage kostprijs en de mogelijkheid om zeer snel een bemestingstekort bij te sturen. Nadeel is dat er meer gestrooid moet worden (1x in de 4 – 5 weken) en dat het groeistoten kan geven, hetgeen de planning van de maaiwerken wel eens kan verstoren.
Hoeveel moet je nu strooien?
U kunt bijvoorbeeld door Laboconsult / Bodemkundige Dienst een bodemanalyse met bemestingsadvies laten doen, dit advies is geldig voor 3 jaar.
Het advies geeft aan hoeveel van alle elementen benodigd zijn, hetgeen omgezet kan in een praktisch bemestingsadvies op basis van één (of meerdere) van de 3 hierboven genoemde soorten meststoffen.
Een vuistregel is dat als gedurende de periode eind maart t/m eind oktober maandelijks circa 100 kg/hectare (= circa 70 kg/veld) KAS of NPK 15-15-15 wordt gegeven, men al bijna verzekerd is van goede basisbemesting, misschien zal men dan op een aantal elementen nog iets moeten bijsturen.
Het bemesten moet bij voorkeur gebeuren net voor of tijdens regenval, niet bij grote droogte en warm weer, want dan moet men goed kunnen beregenen anders zal het gras verbranden.